www
email
foto
video

Hallo!

Welkom bij de projectsite van Mahagonny songspiel en het lied van de stad die gespeeld wordt door Het Zuidelijk Toneel met live muziek van het Willem Breuker Kollektief.

Op deze projectsite is een heleboel informatie over de voorstelling en alles eromheen te vinden.

Veel plezier !

Karretjeskaravaan vol beelden uit de stad
Brabants Dagblad - 24 januari 2011 © Daphne Broers
Brecht inspirator voor vitale stadsvoorstelling
De Telegraaf - 24 januari 2011 © Marco Weijers
Wel Brechts lol, niet de schaamte
de Volkskrant - 24 januari 2011 © Annette Embrechts
Een cadeau voor alle zintuigen
Eindhovens Dagblad - 24 januari 2011 © Daphne Broers
Uit liefde voor gewone mensen
Allesoverkunst.nl - 24 januari © Richard Stuivenberg
Zuidelijk Toneel en Willem Breuker Kollektief magistraal
Jazzenzo.nl - 24 januari 2011 © Rinus van der Heijden

Karretjeskaravaan vol beelden uit de stad
Brabants Dagblad © Daphne Broers

Mocht er een live-verbinding tussen hemel en aarde bestaan, dan heeft Willem Breuker zaterdagavond zeker een feestje gebouwd. De componist overleed tijdens het maakproces van de voorstelling ‘Mahagonny Songspiel’ en ‘Het lied van …’ van Het Zuidelijk Toneel, die in Tilburg in première ging. Breuker zou zich met zijn Kollektief opnieuw buigen over de Mahagonny van Kurt Weill en Bertold Brecht uit 1917, maar wilde ook nieuwe muziek voor het tweede deel componeren. Het lot besliste anders. En dus liepen zijn composities als een liefdevolle ode en rode draad door de voorstelling heen, prachtig uitgevoerd door zijn Kollektief.

Regisseur Matthijs Rümke heeft het publiek vanaf de eerste tot de laatste minuut willen trakteren op een cadeau voor alle zintuigen en dat is gelukt. De avond opent met een knetterende uitvoering van ‘Mahagonny Songspiel’. In de muzikale satire, waarin mannen en vrouwen naar meer geluk en minder verveling verlangen en zich verslikken in de gedachte dat het gras bij de buren sappiger is, wordt geweldig gezongen, gemusiceerd en gespeeld. Als de laatste noot wegsterft, wordt het publiek opgewarmd voor ‘Het lied van Tilburg’. We gaan vooruit in de tijd. Van 1917 naar 2011. Van Mahagonny naar Tilburg.

In het tweede deel van de voorstelling staat het leven in de stad waar HZT op dat moment speelt centraal. Behalve voor de zangers, muzikanten en acteurs zijn er ook rollen voor lokale ‘helden’, zoals de schoolkinderen van Panta Rhei, straatmuzikant Ad Verbunt, koor Missix en stadsgenoot en fotograaf Joep vogels. Rümke heeft voor ‘Het lied van…’, dat werd geschreven door Tom de Ket, een waanzinnige vorm gekozen. We krijgen een stroom aan bevroren beelden en flarden scènes voorgeschoteld, die aan ons voorbijtrekken in karretjes. Alsof Rümke op de afstandsbediening drukt en ons laat zien wat er zich tijdens twee dagen en twee nachten in de stad afspeelt. Centrale figuur in dit versnipperde universum is acteur Han Kerckhoffs, die als uitgebluste politieagent tegen het leven, maar ook tegen bewoners en situaties in de stad aanbotst. Dat levert veel hilarische en ontroerende beelden op. Een vrouw die de hele dag voor zich uitstaart, met als enige gezelschap een pak Brinta. Een wethouder die worstelt met haar speech, een nachtelijke frikandellenverslaving, een verstopte wc en eenzaamheid. Een oma die in haar broek heeft gedaan, maar die niet geïndiceerd is om verschoond te worden. Ruim anderhalf uur duurt de karretjeskaravaan. Dat is lang, zeker door de repeterende bijna statische vorm. Daar staat tegenover dat de acteurs zonder uitzondering een feest zijn om naar te kijken en dat de muzikale finale er een om van te smullen is.


Brecht inspirator vitale stadsvoorstelling
De Telegraaf © Marco Weijers

Mahagonny is geen oord maar een zelfverzonnen woord. Een naam voor een utopische stad,  ontsproten aan de verbeelding van Bertolt Brecht en Kurt Weill. Het Zuidelijk Toneel speelt hun Mahagonny Songspiel uit 1927 en knoopt daar de voorstelling Het lied van… aan vast. Een lied dat in elke stad nét weer anders klinkt.

Regisseur Matthijs Rümke ontwikkelde het idee voor deze dubbele opvoering samen met Willem Breuker, die vorig jaar overleed. Toch drukt de beroemde muzikant postuum zijn stempel op de gecombineerde voorstelling, dankzij de medewerking van het Willem Breuker Kollektief én door composities van zijn hand.

In het Mahagonny Songspiel, dat door z’n beperkte lengte relatief weinig wordt gespeeld, stelt het Kollektief zich vooral dienend op, net als de groep charismatische zangers en de uitstekende spelers van Het Zuidelijk Toneel. Zij worden pas later ontketend omdat Brecht en Weill hier duidelijk de hoofdrol krijgen toebedeeld. Rümke verluchtigd hun liedjes van verlangen naar de ideale stad – en de onvermijdelijke desillusie die daaruit voortvloeit – met een bijzonder soort teksttoneel: een flitsende compositie  van geprojecteerde woorden en beschreven bordkarton.

Daarna draait het hele gezelschap door en trekt het leven op platte karren aan het publiek voorbij. Het lied van… bestaat uit een continu bewegende carrousel van minitafereeltjes, soms verstild, dan weer levendig. Tom de Ket schreef deze in elkaar grijpende scènes en houdt daarin de moderne maatschappij tegen het licht. Kritisch maar ook met de nodige humor.

Onze samenleving laat zich dicteren door protocollen en prestatienormen, vanuit het misplaatste geloof dat alle geluk maakbaar en meetbaar is, signaleert de schrijver. Hij laat zien dat de menselijke maat daarbij te vaak uit het oog word verloren. Intussen mengen in het zwart gestoken gelukszoekers uit het Mahagonny Songspiel zich als nieuwsgierige toeschouwers onder de Nederlanders die De Ket portretteert. Waardoor de twee losse delen onnadrukkelijk tot één geheel worden gesmeed.

Bewoners van de stad waar gespeeld wordt, werken mee aan het tweede deel. Geheel in de geest van Brecht, die een actievere rol van het publiek bepleitte. En zo komt het dat zaterdag tijdens de première Het lied van Tilburg weerklonk. Deze locale betrokkenheid geeft een extra dimensie aan dit verrassende muziektheaterproject, dat alleen al logistiek een knap staaltje is. Dat regisseur Matthijs Rümke deze wervelende voorstelling vervolgens in alle enthousiasme wat te veel rekt, is vergeeflijk.


Wel Brechts lol, niet de schaamte
de Volkskrant © Annette Embrechts

Na een eigen partij hebben Henk & Ingrid nu ook een eigen voorstelling. Het vinex-echtpaar dat in 2010 uitgroeide tot politiek symbool van de hardwerkende, boze Nederlander die straffe maatregelen eist tegen ‘hufters’ en ‘subsidieslurpers’, komt met oneliners volop aan bod in de tweeledige voorstelling Mahagonny Songspiel & Het lied van de stad van Het Zuidelijk Toneel.

In het tweede deel trekt een rondjes draaiende trein met wagenspelen voorbij: korte tableaus vivants, soms boventiteld met CBS-statistieken (zoals: ‘67 procent van de secretaresses heeft het te koud of te warm op het werk’ boven typmiepen op een kar). Uit de taferelen doemen summiere  verhaallijntjes op, eigenlijk meer situatieschetsjes, over werknemers die zich gemangeld voelen door efficiëntieprotocollen. Een opgebrande agent (een geestig droeve rol van Han Kerckhoffs) raakt verstrikt in de veiligheidsparadox en weet totaal niet hoe ‘criminelen hinderlijk te volgen’. Zijn meerdere zegt hem, vanachter de laptop, ontslag aan. Zijn vrouw (een lijzige José kuijpers) reageert haar uitgebluste huwelijk af bij haar therapeut en eist korting op een Boeddhabeeld waarmee ze denkt geluk in huis te halen. Haar zoon -aankomend ambulancebroeder- verspreidt racistische moppen over Marokkanen via zijn walkie-talkie. Een hulpbehoevende bejaarde wordt genegeerd door een thuiszorgmedewerkster (een bikkelharde Nanette Edens), die alleen tijd heeft voor het afvinken van formulieren. En een hypochondrische  Marokkaan in djellaba wil een scootmobiel, ‘omdat iedereen er een heeft’. Het is het bekende ressentiment tegen de falende verzorgingsstaat, dat toneelschrijver Tom de Ket in rake krantenkoppen tentoonspreidt.

De scènes met professionele acteurs worden gemixt met karren vol amateurs en figuranten: een musicalkoortje of een groepje basisschoolscholieren, die door acteur Lucas de Man worden bevraagd op hun toekomstdromen (in Tilburg in dit geval: elke speelstad waar deze double bill neerstrijkt, wordt uitgebreid benoemd in de enscenering).
Regisseur Matthijs Rümke pakt origineel uit met dit stapvoets treintje (als in een attractiepark) vol klagend stadsvolk, dat af en toe een tekstbord hoog houdt. Tussendoor toetert het Willem Breuker Kollektief stuwende composities van hun vorige jaar overleden bandleider: opruiend, melancholiek, schurend, klaaglijk of jazzy.  Deze goed geoliede community-art-voorstelling ademt volop Brechtiaans muziektheater: de stad wordt bezongen en beschimpt, de arbeider heeft het hoogste woord, operazangers zingen de longen uit hun lijf en het benepen gezag wordt gepersifleerd met bolhoeden en maatpakken. Daarmee past het nieuwe tweede deel naadloos bij de opmaat: een strakke, getrouwe vertolking van Mahagonny Songspiel van Bertold Brecht en Kurt Weill.
Alleen blijft de toeschouwer wel buiten schot; er wordt meer op de lach gespeeld dan op de schaamte. Het publiek krijgt een spiegel voorgehouden, letterlijk zelfs aan het slot. Maar dat is net te makkelijk voor zo’n collectieve onderneming.


Een cadeau voor alle zintuigen
Eindhovens Dagblad © Daphne Broers

Mocht er een live-verbinding tussen hemel en aarde bestaan, dan heeft Willem Breuker zaterdagavond zeker een feestje gebouwd. De componist overleed tijdens het maakproces van de voorstelling ‘Mahagonny Songspiel’ en ‘Het lied van …’ van Het Zuidelijk Toneel, die in Tilburg in première ging. Breuker zou zich met zijn Kollektief opnieuw buigen over de Mahagonny van Kurt Weill en Bertold Brecht uit 1927, maar wilde ook nieuwe muziek voor het tweede deel componeren. Het lot besliste anders. En dus liepen zijn composities als een liefdevolle ode en rode draad door de voorstelling heen, prachtig uitgevoerd door zijn Kollektief.

Regisseur Matthijs Rümke heeft het publiek vanaf de eerste tot de laatste minuut willen trakteren op een cadeau voor alle zintuigen en dat is gelukt. De avond opent met een knetterende uitvoering van ‘Mahagonny Songspiel’. In de muzikale satire, waarin mannen en vrouwen naar meer geluk en minder verveling verlangen en zich verslikken in de gedachte dat het gras bij de buren sappiger is, wordt geweldig gezongen, gemusiceerd en gespeeld. Als de laatste noot wegsterft, wordt het publiek opgewarmd voor ‘Het lied van Tilburg’. We gaan vooruit in de tijd. Van 1927 naar 2011. Van Mahagonny naar Tilburg.

In het tweede deel van de voorstelling staat het leven in de stad waar HZT op dat moment speelt centraal. Behalve voor de zangers, muzikanten en acteurs zijn er ook rollen voor lokale ‘helden’, zoals de schoolkinderen, amateurspelers, koren en een bekende stadsgenoot. Rümke heeft voor ‘Het lied van…’, dat werd geschreven door Tom de Ket, een waanzinnige vorm gekozen. We krijgen een stroom aan bevroren beelden en flarden scènes voorgeschoteld, die aan ons voorbijtrekken in karretjes. Alsof Rümke op de afstandsbediening drukt en ons laat zien wat er zich tijdens twee dagen en twee nachten in de stad afspeelt. Achter de schermen moet wel bijna  een logistiek oorlog woeden, omdat de acteurs meerdere rollenspelen, zich honderden keren moten omkleden en van het ene karretje naar het andere moeten hoppen.

Centrale figuur in dit versnipperde universum is acteur Han Kerckhoffs, die als uitgebluste politieagent tegen het leven, maar ook tegen bewoners en situaties in de stad aanbotst. Dat levert veel hilarische en ontroerende beelden op. Een vrouw die de hele dag voor zich uitstaart, met als enige gezelschap een pak Brinta. Een wethouder die worstelt met haar speech, een nachtelijke frikandellenverslaving, een verstopte wc en eenzaamheid. Een jong gezin met een adhd/ppd-nos-zoontje. Ruzies in bed. Onvriendelijk winkelpersoneel. Ruim anderhalf uur duurt de karretjeskaravaan. Dat is lang, zeker door de repeterende bijna statische vorm. Daar staat tegenover dat de acteurs zonder uitzondering een feest zijn om naar te kijken en dat de muzikale finale er een om van te smullen is.


Uit liefde voor gewone mensen
Allesoverkunst.nl © Richard Stuivenberg

Het moet een logistieke nachtmerrie zijn. Allereerst al het aantal medewerkers op toneel. Het Zuidelijk Toneel speelt Mahagonny (met de klemtoon op -gónny) in tien steden (Het lied van Tilburg, Utrecht etcetera) met in iedere stad andere figuranten. Er zijn kinderen, er is een koortje, er zijn amateurspelers voor de 'couleur locale'. Ze spelen twee dagen, waarna het hele circus verhuist naar de volgende stad, met weer andere lokale kinderen, koortjes en amateurspelers.
Dan is er de voorstelling zelf. Regisseur Matthijs Rümke en zijn team bedachten een geniale vondst: de scènes spelen zich af op rondrijdende karren. Deze zijn gemonteerd op een rails die in een cirkel via het toneel achterlangs weer terug voert. Spelers op een kar hebben ongeveer één minuut om hun scène te doen, dan is de kar weer verdwenen.
Dit gebeurt in het tweede en langste deel van de voorstelling, het deel dat Het lied van (Tilburg, Utrecht...) heet. Daarvóór zien we Mahagonny Songspiel, een 'scenische cantate' van Kurt Weill en Bertolt Brecht uit 1927 die zij een paar jaar later uitwerkten tot de 'epische opera' The Rise and Fall of the City of Mahagonny. De opkomst en ondergang van een stad vol gelukszoekers. Het Willem Breuker Kollektief en een zestal bolhoedige zangers brengen het met schwung.

Scènes uit het moderne leven
Mahagonny is de opmaat voor Het lied van... Tom de Ket schreef een collage van ultrakorte scènes die een beeld geven van het stadsleven in onze tijd. Het gevaar van de rondrijdende karren is dat je het verrassende effect na tien minuten wel gezien hebt, en dat de voorstelling voorspelbaar wordt. Maar regisseur Matthijs Rümke heeft een goede balans gevonden tussen humor en ernst en weet de verschillende stadspersonages voldoende bodem te geven om echt te willen weten hoe het verder met ze gaat. Er zit dus een stevige lijn in Het lied van...
Vooral Han Kerckhoffs als politieagent-in-zijn-nadagen vervult die functie. Zijn vrouw (José Kuijpers, wier tragi-komische stille spel ook op rij drie van het balkon weet te door te dringen) zit uitgeblust op de bank wanneer hij thuiskomt na een functioneringsgesprek met zijn manager, terwijl hij net voor de zoveelste keer de hypochondrische Achmed van straat heeft geplukt en heeft afgeleverd bij de dokterspost (ook José Kuijpers).
Het stuk zit vol met dergelijke schrijnende scènes uit het moderne leven. De voorstelling laat scherp zien hoe ver het inmiddels gesteld is met de ontmenselijking van het maatschappelijke leven. Als een hulpbehoevende oude dame (ook José Kuijpers) de thuiszorghulp vraagt om haar te verschonen omdat ze een ongelukje heeft gehad, antwoordt deze bikkelhard dat ze daarvoor niet geïndiceerd is. Gedachten aan de SP-campagne over verpleegtehuizen dringen zich op, en natuurlijk heeft de voorstelling als geheel iets pamflettistisch. Storend is dat niet, omdat er niks onwaars in zit, en omdat het met veel gevoel voor nuance voor het voetlicht wordt gebracht.
Brecht wilde met zijn theater mensen wakker schudden uit hun kleinburgerlijke lethargie. Het Zuidelijk Toneel pakt deze draad weer op. Uit liefde voor gewone mensen. Uit Tilburg, Utrecht, Rotterdam, etcetera...


Zuidelijk Toneel en Willem Breuker Kollektief magistraal
Jazzenzo.nl © Rinus van der Heijden

Een bewegend schilderij. Tableau vivant noemden ze dat in vroeger tijden. Het leven in kunst uitgedrukt, maar dan binnen een kunstvorm die beweegt en daardoor symbolisch tot leven wordt gewekt. Je komt ze niet meer zo vaak tegen, die tablaux vivants. Maar Het Zuidelijk Toneel en het Willem Breuker Kollektief schroomden niet er een van stal te halen voor de produktie ‘Mahagonny Songspiel & Het Lied van de Stad’ .

Dit magistrale tableau vivant is er een van overrompelende kracht, schoonheid, durf en artistiek vakmanschap van topklasse. ‘Mahagonny Songspiel’ is een bewerking van de mini-opera ‘Aufstieg und Fall der Stadt Mahagonny’ van Bertolt Brecht en Kurt Weill. Schrijver en componist stellen er de Duitse decadentie die heerste tussen de beide wereldoorlogen aan de kaak, gezien vanuit een marxistische visie. ‘Mahagonny Songspiel’ stelt die boodschap ook aan de orde, maar gaat met ‘Het Lied van de Stad’ nog een stap verder door de decadentie die in deze tijd weer volop de kop opsteekt, in een verpletterende caleidoscoop van beelden aan de ogen van de toeschouwers voorbij te laten razen.

Dat woord razen bergt een contradictie in zich, want de beelden komen voorbij op langzaam voortbewegende wagentjes. Maar wat daarop te zien is, tart elke fantasie. Je krijgt als kijker anderhalf uur lang een bombardement van beelden en indrukken die je volledig uitputten, maar tegelijk hongerig als een leeuw laten zijn naar wat er nog allemaal meer uit de onuitputtelijke fantasie van de makers kan stromen. De regievondsten zijn formidabel, de teksten beklijvend en er is humor, veel humor om het evenwicht tussen de zwaarwichtige boodschap en het naar ‘kan-het-niet-wat-minder’ kreunende publiek in stand te houden.

De vrijage van Het Zuidelijk Toneel (HZT) en het Willem Breuker Kollektief (WBK) is van een ongeëvenaarde schoonheid én vanzelfsprekendheid. De voorstelling was volledig mislukt zonder HZT, maar andersom ook als het WBK afwezig was geweest. In het eerste deel van de voorstelling, ‘Mahagonny Songspiel’ zou je HZT nog kunnen ontberen, omdat het hier toch vooral om muziek en tekst gaat. Maar in ‘Het Lied van de Stad’ is sprake van een totaaltheater waarbij elk radertje feilloos en tegelijk onontkoombaar in het andere grijpt.

In ‘Mahagonny Songspiel’ staat het Breuker Kollektief achter op het podium in stijlvolle jaren dertig rokkostuums, compleet met bolhoed. Vier zangers en twee zangeressen zingen teksten, die op witte borden aan het publiek worden getoond. De muziek is gebaseerd op de in de jaren dertig razend populaire Amerikaanse music-halltraditie. Dat betekent eenvoud, klanken die onmiddellijk doorjagen naar je ziel. Het WBK kwijt zich ongelooflijk van zijn taak: het swingt harder dan alle beroemde big bands uit de jaren dertig, veertig en vijftig bij elkaar. En het verbijsterende is, dat het Kollektief ondanks de voorgeschreven partituur zijn eigen identiteit volledig behoudt. De bizarre aanklacht van Brecht/Weill tegen een wereld die gedoemd is ten onder te gaan komt keihard over met teksten als ‘Op een grijze ochtendstond, net aan de whisky, kwam god naar Mahagonny’. Om definitief te zinken met de woorden: ‘Mahagonny stort voor onze ogen in. Mahagonny is geen oord, maar een zelfverzonnen oord’.

Het Willem Breuker Kollektief trad voor het eerst op sinds de dood van de naamgever, vorig jaar.
Dan wordt de naadloze klik gemaakt naar ‘Het lied van de Stad’, in dit geval Tilburg. Een stad die evenzeer lijdt aan consumentisme en toekomstangst als welke andere plaats ook in de westerse samenleving. Op eindeloos voorbij rollende karretjes worden allerlei plekken en gebeurtenissen van Tilburg uitgebeeld. Zo schuift er een kantoorscene voorbij, maar ook een allochtoon echtpaar, secretaresses, thuiszorg, een schoolklas, een krantenlezende politieagente en een schoonmaakster. Echter ook vanzelfsprekendheden als het bezoek aan een dokter, een psychiater, de afhaalchinees, een luie allochtoon, een straatmuzikant, een drukdoenerige wijkagent en een kind met ADHD tonen de moderne hedendaagse samenleving.

Het WBK blijft in dit deel van de voorstelling wat meer op de achtergrond, maar gaandeweg schuiven de musici het toneelbeeld binnen. Spelend met ragfijne accenten en imponerende soli versterken zij de handelingen van karretjes, acteurs en figuranten. De muziek is onder meer uit de film ‘Faust’, er zijn bewerkingen van klassieke liederen, allemaal uit de koker van Willem Breuker en het slotstuk is een nieuwe compositie van trompettist Bernard Hunnekink. HZT gaat met deze meesterlijke productie op tournee. Na Tilburg strijken spelers en musici neer in Eindhoven, Roosendaal, Breda, Heerlen, Den Bosch, Utrecht, Den Haag en Rotterdam. In Tilburg waren stedelijke elementen ingevoegd in de vorm van spelers, een vrouwenkoor, een kinderklas en een stedelijke inwoner/verteller. In de voornoemde steden gaat dit ook gebeuren.

‘Het Lied van de Stad’ kreeg een adembenemend einde, toen de weinige decors omhoog werden gehesen en het publiek een blik werd gegund op de ingewikkelde technische procedure om de karretjes steeds van andere ‘inhoud’ te voorzien. In een kolkende finale met een groots Willem Breuker Kollektief en een ontroerende symbiose van beroepsacteurs en ‘gewone’ Tilburgse mensen, kookte de zaal over van enthousiasme. En de boodschap? Die was niet zo inktzwart als het einde van de stad Mahagonny. ‘Tilburg is geen Mahagonny, want in Tilburg heb ik recht op geluk’, zo luidde het dictaat. Afwachten echter of de toekomst dit gestand doet.

Het Willem Breuker Kollektief treedt in deze tournee voor het eerst op sinds de dood vorig jaar van leider/componist Willem Breuker. Het maakt de tournee af, treedt in maart en april nog enkele keren op in het land en gaat zich dan voorbereiden op een ‘Memorial Tour’ in binnen- en buitenland. Na dit eerbetoon gaan de pannen erop, zoals het er nu naar uitziet. Gewoon omdat Willem Breuker er niet meer is en er geen passend materiaal voor dit wonderbaarlijke orkest meer kan worden geschreven.




Mahagonny Songspiel en het lied van de stad |
home > archief > archief projectensites > mahagonny songspiel